Op deze pagina kun je de spellingregels vinden die we dit schooljaar behandeld hebben, als je in B2 zit met spelling:

1. Aan het eind van een woord schrijven we: aa, oo, uu met één letter!
   Maar pas op: de ee houdt er twee.
   Dus: auto, ha, ho, bingo, nu en zee en mee en twee.

2. Aan het begin van een woord schrijven we sg met sch.
   Dus: school, schat.

3. Na een korte klinker (a, o, e, i, u) krijgen we ch of cht.
    Behalve bij liggen/zeggen/leggen.
   Dus: kachel, bochel, acht, leg, zeg, ligt (dat is dat liggen) en licht (van die lampen).

4. Aai, ooi, oei.
   Je hoort een j, maar mag die nooit schrijven.
   Voorbeeld: mamma naait, ik gooi, jij stoeit.

5. Eeuw, ieuw, uw.
    Altijd een u voor de w.
   Dus: ik duw, de kieuw van een vis, er is nieuws.